Gisteravond na een dag werken thuisgekomen, verse pasta gegeten, krant bekeken en gaan trainen. Ik heb altijd gedacht dat een job van negen tot vijf niets voor mij was, dat ik me niet zou beperken tot eetpatronen, dat er meer in mijn leven was dan voetbal en bier.
Rond kwart over acht naar het werk gereden, om halfnegen ingecheckt, PC opengeslagen. De navel van het fruitsapbrikje doorprikt, gedronken en vervolgens mijn halve liter water ontdopt. Post geopend, bekeken en verwerkt. Gezucht. Rondgewandeld. Aankoopformulieren bekeken. Vol ongeloof naar buiten gekeken en gezucht. Gelachen met een collega die de uitspraak van een klant niet vatten kon. Nochtans is “le caoutchouc d’Argenteuil” één van de leukste namen die we uitspreken mogen. Tenzij je een welwillige en lustige aanrander van de taal der liefde bent en het houdt bij Kawoetsjoek. Ik dacht eerst aan een plaatselijke indianenstam, maar daar leveren we geen producten.
‘s Middags genoten van petrella tussen het brood, yoghurtje lepelend naar binnen gewerkt en gedronken. Tot twintig voor vijf zitten zuchten.
Thuisgekomen, verse pasta in water gelegd en gekeken hoe ze telkens omhoog gestuwd werden. Saus op basis van rodepeperpigment en pecorino door de penne bewogen. Gegeten en de Morgen bekeken.
Gaan trainen. Zware benen, pijnlijke rug en nek, zwak.
Enkele jaren geleden zaten een goeie vriend en ik nog te lachen met een tekst van een oude liefde, As Friends Rust. “And the football season is the only reason you stay alive…” Uiteraard anders bedoeld, maar niets zo leuk als verkeerde conclusies en allusies bij kunst.
God, wat een gezucht.